Schrijf het van je af! – Hoe onze afdelingscoach een octopus werd op één week tijd

Iedere week brengen we een verhaal van een sterke vrouw in deze bizarre tijden van Corona. Vandaag het verhaal van onze afdelingscoach Rebecca die open en eerlijk vertelt over hoe ze de balans probeert te vinden in deze vreemde periode.

Help, ik heb het gevoel dat ik een octopus ben! Je weet wel, dat prachtige dier met 8 tentakels of vangarmen. Ja vangarmen, want zo voel ik me: ik hang aan touwtjes of liever touwen. 

Dat is hoe het vandaag voelt: ik werk thuis, maar ik ben ook mama , dochter, mental coach, poetsvrouw, ik doe het huishouden, de boodschappen en ik help mijn echtgenoot die ook niet weet waar eerst te lopen (hij werkt namelijk in de geestelijk gezondheidszorg)…. Meegeteld? Dat zijn 8 vangarmen! Het gaat even niet. Wie kent het gevoel? En wat doe jij ertegen?

Ik weet het, ik mag niet klagen. Er zijn mensen die het veel lastiger hebben dan ik (ik ben nog gezond en mijn familie eveneens), maar ik denk dat heel wat vrouwen zich hierin herkennen. We werken van thuis uit en draaien –tig dubbele shiften. Dat is zeker geen verwijt naar ‘de mannen’ toe, want nee, mijn echtgenoot doet zijn best en probeert zoveel mogelijk te helpen. Alleen, zijn werk is momenteel zoveel belangrijker dan dat van mij: hij kan voor veel mensen een wezenlijk verschil maken.

En ik dan? Ik kan dat ook!

Voor mijn moeder bijvoorbeeld, met mijn dagelijkse berichtjes en telefoontjes, want ik mag haar niet bezoeken. Ze is gelukkig (nog) niet hulpbehoevend, maar wel alleenstaand. Zwaar, maar ze slaat er zich doorheen, altijd positief en vooruitziend…  mijn voorbeeld! 

Ook voor mijn kinderen kan ik een verschil maken. Ik ben er voor hen. Ze hebben het immers ook niet gemakkelijk: de oudste moet met lede ogen toezien hoe alle producties waar ze aan mocht meewerken, één na één uitgesteld worden; mijn zoon heeft al zijn activiteiten moeten stilleggen. Gelukkig hebben kinesisten ook nog administratieve taken waar ze door moeten en nu tijd voor hebben. De jongste volgt onlinelessen. Niet plezant, zo praten tegen een scherm. Daarnaast komt er een tsunami aan taken en deadlines op haar af, … op alle studenten. Misschien wordt het de hoogste tijd dat rectoren, docenten en leerkrachten even op de pauzeknop duwen, want anders krijgt mijn echtgenoot straks in het postcorona tijdperk nog meer werk. Gelukkig heb ik stevige schouders (spreekwoordelijke schouders, want we mogen elkaar ook niet aanraken, niet knuffelen en dat vind ik het nog het lastigste van al) waarop mijn kinderen kunnen steunen en ben ik er om hen te troosten. Niet dat wij moeders dat niet willen doen he,  hun kinderen troosten, we doen dat met veel liefde en volle overgave zelfs, want daar is een moeder ook goed in. We hadden het gewoon graag anders gehad.

Voor mijn echtgenoot die samen met zijn team bergen verzet met maar één doel voor ogen: hoe loodsen we onze patiënten zo goed mogelijk door deze periode van angst en onzekerheid. Ik ben trots op hem, op zijn inzet en volle overgave. En als dat dan betekent dat ik meer huishoudelijke taken moet doen (en wie mij kent, weet dat ik dat niet graag doe), dan is dat maar zo. Voor even dan toch, want straks verwelkomen we het postcorona tijdperk en dan ga ik in de tuin zitten: in een luie zetel, met een boek en een glas bubbels, terwijl manlief met de glimlach op zijn gezicht zal poetsen.

Rebecca (nog steeds een feministe)

Heb je na het lezen van dit verhaal zin om zelf in de pen te kruipen over hoe je deze corona-crisis beleeft? Stuur dan je verhaal naar info@liberalevrouwen.be.

Algemene Vergadering Liberale Vrouwen

Op zaterdag 7 maart hielden de Liberale Vrouwen hun jaarlijkse Algemene Vergadering. Zo’n 100 liberale dames zakten af naar Brussel om daar in het Brusselse Parlement de vergadering bij te wonen. Dit jaar kozen de dames voor een speciale act en nodigden het slam-poetry duo lisette ma neza uit, die zich creatief uitten rond vrouwenrechten.

De Liberale Vrouwen verzamelden in het Brusselse Parlement voor hun Algemene Vergadering. Hierbij werden de kerncijfers van de vereniging meegedeeld en blikte men vooruit op de activiteiten van 2020. Daarnaast nodigden de dames lisette ma neva uit, een slam-poetry duo dat zich bezighoudt met vrouwenrechten. “We wilden de Algemene Vergadering dit jaar wat extra pit geven”, zo zegt voorzitter en Brussels Parlementslid Khadija Zamouri. “Daarom kozen we om lisetta me neva uit te nodigen. Zij houden zich bezig met thema’s rond vrouwenrechten en brengen dit op een originele en creatieve manier. Het was een perfecte match”, zo vult ze verder aan. “Daarnaast is het morgen internationale vrouwendag, de ideale gelegenheid dus om wat extra girlpower in de kijker te zetten!

Daarnaast sluit het algemene gedeelte van de vergadering af met een keynote rond het jaarthema van de Liberale Vrouwen. “Wij werken inderdaad elk jaar rond een specifiek thema, en dit jaar gaat het over singles. Daarom kozen we voor een uiteenzetting over Singels en Wonen door Ksenia Krasnitskaja van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning. Dit in combinatie met de slam poetry zal onze dames zeker van hun sokken blazen”, aldus Algemeen Directeur Alexandra Roumans.

Na het voormiddag programma brachten de dames nog een bezoek aan de tentoonstelling van Claude Monet.

Open & inclusief: dit zijn de nieuwe Liberale Vrouwen!

Meer vrijheid, meer vrouw. Met die nieuwe missionstatement beginnen de Liberale Vrouwen aan een nieuw hoofdstuk voor hun organisatie. In 2021 start voor alle socio-culturele verenigingen een nieuwe beleidsperiode. Met het nieuwe beleidsplan willen de Liberale Vrouwen hun maatschappelijke impact vergroten en de organisatie én de maatschappij inclusiever maken. Met voorzitter Khadija Zamouri en een vernieuwde raad van bestuur met frisse gezichten en bakken ervaring leek de toon reeds gezet. Nu zal Alexandra Roumans als kersvers Algemeen Directeur de taak op zich nemen om de organisatie verder te versterken en uit te bouwen.

Bij een nieuwe beleidsperiode hoort vanzelfsprekend ook een nieuw beleidsplan, oftewel een nieuwe blauwdruk voor de socio-culturele vrouwenvereniging. In dit nieuwe beleidsplan, willen de liberale vrouwen focussen op drie thema’s: impact, inclusie en meer autonomie. Dit alles overgieten ze met een sausje van verjonging én vernieuwing.

En die vernieuwing start meteen met een nieuwe Algemeen Directeur: de 28-jarige Alexandra Roumans. “Een paar jaar geleden kwam ik voor het eerst in contact met de Liberale Vrouwen en zag ik meteen het enorme potentieel dat deze vereniging had. Ik ben dan ook mee gestapt in het beleidsplanningsteam, dat onder leiding stond van mijn voorganger Lieselotte Thys. Ik heb er het volste vertrouwen in dat we een future-proof plan op de tafel hebben liggen dat de toekomst van onze vereniging veiligstelt”, zo zegt Roumans.

Vooral over het punt van inclusie hebben de Liberale Vrouwen een duidelijke mening. Zo willen ze vereniging meer open maken en dus een breder publiek aanspreken. “Iedereen die mee strijdt voor gendergelijkheid en emancipatie heeft een plaats bij Liberale Vrouwen, ongeacht wat dan ook.”, aldus Roumans.

Maar ook het verkrijgen van meer financiële autonomie blijkt zeer belangrijk voor deze nieuwe beleidsperiode. “Het is geen geheim dat de socio-culturele sector onder druk staat door de besparingsmaatregelen van de Vlaamse overheid. Dat betekent ook voor ons dat we moeten nadenken over nieuwe manieren om aan middelen te geraken en nieuwe manieren van werken”, besluit Roumans.

Ook Lieselotte Thys, die haar functie als directeur verlaat voor een nieuwe uitdaging, is positief over dit nieuwe beleidsplan: “Ik heb samen met heel het team hard gewerkt aan dit plan en ik ben enorm fier op het eindproduct.”, zo zegt Thys. “Ik verlaat deze functie met een goed gevoel, onze organisatie is helemaal klaar voor de toekomst. Mij gaan ze zeker nog zien. Eens een liberale vrouw, altijd een liberale vrouw.

Feminae Liberae : Alleenwoners are here to stay, zegt Carla Dejonghe

Alleen wonen in perspectief
35% van de Belgische huishoudens bestaat uit één persoon. In grote steden is dat zelfs al 1 op 2 huishoudens. In België wonen zo’n 1,7 miljoen mensen alleen. Alle bevolkingsprognoses wijzen op een verdere toename van deze groep in de komende decennia dus het beleid kan niet blind blijven voor hun noden en vragen.

Als we het hebben over alleenstaanden, dan moeten we trouwens het clichématige beeld van de happy single zoals die geportretteerd wordt in de Amerikaanse serie ‘Sex and the City’ achterwege laten. De grote groep alleenstaanden is zeer divers: vrijgezellen, gescheiden personen, weduwes en weduwnaars, alleenstaande ouders, oudere personen, … Het gaat vooral over een groep mensen die door veranderende situaties alleen komt te staan en dus niet noodzakelijk zelf voor hun alleenwoonsituatie hebben gekozen. Velen onder ons zullen op een bepaald moment in ons leven een tijdje alleen komen te wonen.

Er is trouwens een opmerkelijk verschil tussen de Europese landen onderling. In de Scandinavische landen bestaat de helft van de huishoudens uit eenpersoonsgezinnen, terwijl in de meer Zuidelijke landen zoals Italië, Griekenland en Portugal getrouwde koppels in de meerderheid blijven. Het zou interessant zijn om te onderzoeken hoe deze grote verschillen verklaard kunnen worden.
Inzake het percentage alleenwonenden scoorde het Vlaamse Gewest (31%) in 2018 op hetzelfde niveau als de groep van EU-landen met een laag aandeel alleenwonenden. 
In het Waals Gewest (35%) lag dat aandeel hoger en op hetzelfde niveau als het EU-gemiddelde.
Het Brussels Hoofdstedelijke Gewest (46%) behoorde zoals de Scandinavische landen en Duitsland tot de groep met het hoogste percentage alleenwonenden.

Alleenwoners in de stad
Het aandeel alleenwoners ligt hoger in grote steden. De stad heeft altijd een grote aantrekkingskracht op alleenwoners gehad. Maar die invloed is wederzijds. Het stijgend aantal alleenwoners verandert niet alleen onze manier van wonen en bouwen (kleinere appartementen, gemengde projecten, cohousing), maar ook het weefsel van een stad. Met zijn brede waaier aan ontmoetingsplaatsen, biedt een stad de mogelijkheid om alleen te wonen op een collectieve  manier. De Amerikaanse socioloog Eric Klinenberg is ervan overtuigd dat alleenwoners het verschil kunnen maken in steden. Ze spelen een belangrijke rol bij het revitaliseren van wijken en steden doordat ze hun sociale contacten buitenshuis zoeken en dus de vraag naar ontmoetingsplaatsen toeneemt.

De eerste Belgische belangenvereniging voor alleenwoners
In 2013 lanceerde ik de term ‘singlesreflex’ waarbij ik opriep om bij elke nieuwe beleidsmaatregel even stil te staan bij de vraag wat het effect daarvan zal zijn op mensen die alleen wonen. Tegelijkertijd heb ik ook steeds een systematische doorlichting van onze bestaande regelgeving verdedigd. Op die manier kan men de pijnpunten blootleggen en voorstellen uitwerken voor een meer singlesvriendelijk beleid.

Omdat ik vond dat er meer onderzoek moet komen naar de situatie van alleenwoners, lanceerde ik in het najaar van 2013 een enquête bij de Brusselse alleenstaanden om te peilen naar hun noden en behoeften. Dit gaf me een beter inzicht in de problematieken waarmee alleenwoners geconfronteerd worden.
In die tijd werd er ook aan mijn mouw getrokken om een partij voor alleenstaanden op te richten. Maar de aandacht voor alleenwoners moet een aandachtspunt zijn voor alle partijen, vind ik. Daarom heb ik in 2015 een groep ervaringsdeskundigen bijeengebracht en dat heeft geleid tot de oprichting van all1 vzw. De doelen van deze vereniging zijn: de alleenwoonproblematiek onder de aandacht brengen, lobbyen tegen singlesonvriendelijk beleid, stimuleren van wetenschappelijk onderzoek rond het thema en mensen bijstaan met specifieke vragen/problemen die verband houden met of voortkomen uit hun status als alleenwoner.

Eerlijke fiscaliteit
De Belgische alleenwoner zonder kinderen is de zwaarst belaste categorie in heel West-Europa. Hij draagt gemiddeld 56% van zijn brutoloon af, bij een hoog loon zelfs 60%. De oorzaak daarvan is de belastingvrije som, dat is het deel van je inkomen waarop je geen belasting moet betalen. Voor iedereen geldt een gelijk basisbedrag, dat substantieel wordt verhoogd als je bv. kinderen ten laste hebt. Daarnaast kan een samenwonende, door middel van het huwelijksquotiënt, tot 30% van zijn inkomsten doorschuiven naar de belastingbrief van zijn partner met geen of een laag inkomen en zo in een lagere belastingschijf terechtkomen.
Tot de vroege jaren 2000 kreeg een alleenstaande een hogere belastingvrije som, ter compensatie van de kleinere financiële draagkracht ten opzichte van samenwonenden. Het Grondwettelijk Hof heeft toen geoordeeld dat dit niet correct was. De hervorming van de personenbelasting, zoals besloten in de wet van 10 augustus 2001, beoogde daarom de neutraliteit van de belastingdruk ten aanzien van de gekozen samenlevingsvorm. Volgens deze logica, wordt sinds het aanslagjaar 2005 dezelfde belastingvrije som toegekend aan alle belastingplichtigen, waardoor alleenstaanden een belangrijk fiscaal voordeel verloren. Mijn voorstel is dan ook: verhoog de belastingvrije som dan voor alle belastingplichtigen. Dat is wel conform de grondwet. In België bestaan verschillende forfaitaire belastingen die per gezin worden betaald en niet per persoon. In het Brussels Gewest werd de forfaitaire gewestbelasting van 89 euro in 2016 afgeschaft. Het Vlaams en Waals Gewest heffen nog forfaitaire provinciebelastingen. Bij de invoering van de Vlaamse energieheffing van 100 euro per huishouden per jaar in maart 2016, die intussen gelukkig werd verlaagd naar 10 euro, hebben we onmiddellijk aan de alarmbel getrokken: dit gaat regelrecht in tegen de vraag naar een meer proportionele fiscaliteit. Hetzelfde geldt voor de Vlaamse waterfactuur: Naast het effectief waterverbruik, komt er per adres een vastrecht van 100 euro bij, met een korting van 20 euro per gedomicilieerde. Het vastrecht voor een alleenstaande bedraagt dus 80 euro, voor een gezin van vier personen 20 euro. Zo’n forfaitaire taksen wegen bij alleenwoners extra hard door.

Ook op het niveau van de gemeenten worden forfaitaire taksen geïnd, zoals de afvaltaks. Dat is evenmin eerlijk: Een gezin met kinderen produceert toch veel meer afval dan één persoon. In Mechelen voerde men daarom ter compensatie een ‘Mechelenbon’ van 25 euro waarmee de Mechelse alleenstaanden kunnen betalen bij de lokale handelaars in de stad.

Wij staan een leefvormneutrale fiscaliteit voor, die afgestemd is op de individuele leefvorm en niet op de klassieke gezinssituatie. De fiscaliteit mag bepaalde leefvormen noch bevoordelen noch benadelen.
De Federale minister van Financiën kondigde op 19 mei 2017 aan werk te willen maken van een grotere fiscale rechtvaardigheid tussen de verschillende gezinsvormen. Wat de fiscus vandaag verstaat onder ‘gezin’ beantwoordt al lang niet meer aan de maatschappelijke realiteit. Er woonden nog nooit zoveel alleen als vandaag en echtscheidingen en nieuw-samengestelde gezinnen zijn al lang geen uitzondering meer. Om die reden werd SD Worx gevraagd de fiscale behandeling van werknemers in verschillende gezinsvormen te analyseren. Op basis van deze studie trekt de minister binnenkort met een aantal voorstellen naar de regering. Het is veelbelovend dat de federale regering zich bereid toont om fiscale onrechtvaardigheden tussen de verschillende gezinsvormen te willen blootleggen en oplossingen te zoeken. In de pers lazen we onder andere voorstellen over meer fiscale gelijkheid voor co-ouders en het creëren van een statuut voor feitelijk samenwonenden. We verwachten echter wel dat ook de specifieke situatie van kinderloze alleenstaanden, die de hoogste personenbelasting betalen van alle Oeso-landen, onder de loep wordt genomen. Zo niet, dan zou deze hele ‘fiscale correctie’ een gemiste kans zijn.

Alleen wonen is duur
Alleen wonen is duur. Alleenwoners kunnen niet genieten van schaalvoordelen en staan alleen in voor de hoge woon- en energiekosten. Er is dan ook nood aan meer betaalbare en kleinere (koop)woningen voor alleenwoners. Let op, we spreken dan niet over studio’s. Een alleenwoner beschikt ook graag over een beetje extra ruimte voor een bureau en/of logé. Alleen kopen is trouwens niet evident: Je moet alleen een eigen inbreng ophoesten en met één inkomen de lening afbetalen. Bij de marktleider voor woonkredieten BNP Paribas Fortis bedraagt de maandelijkse afbetaling van een alleenwoner gemiddeld 610 euro. Dat is amper 10 procent minder dan de 676 euro die tweeverdieners gemiddeld aflossen. Wie wel een eigen woning kan kopen, kan voor zijn lening maar half zoveel belastingvoordeel krijgen als een koppel. In Vlaanderen wordt de zogenaamde woonbonus niet toegekend per woning, maar per persoon. Koppels die samen een woning kopen krijgen dus een dubbel belastingvoordeel. De belastingen op het bezit van een woning worden wél geheven per woning: de registratiebelasting bij de aankoop en de jaarlijkse onroerende voorheffing zijn identiek voor koppels en alleenwoners. Het is duidelijk dat lasten in België vaak per adres of gezin worden aangerekend, terwijl lusten meestal per persoon worden toegekend. Een koppel kan daardoor bijvoorbeeld 2 keer genieten van een woonbonus en dubbel zoveel dienstencheques aanvragen, maar een alleenstaande wel alleen moet opdraaien voor de Vlaamse energieheffing, de onroerende voorheffing, enz.

In het Brussels Gewest is de woonbonus afgeschaft voor leningen sinds 1 januari 2017. In ruil komt een korting op de registratierechten, die gelijk is voor koppels én alleenwoners. Die korting kan oplopen tot 21.875 euro. De Brusselse verlaging van de registratierechten voor de eigen woning is in mijn ogen een rechtvaardiger systeem dan de woonbonus die koppels een dubbel fiscaal voordeel geeft. De forse verlaging van de registratierechten geldt per woning en niet per persoon.
Open Vld Brussel geeft trouwens in haar verkiezingsprogramma aan de registratierechten te willen afschaffen voor woningen tot 230.000 euro. Vandaag geldt dit tot €175.000. De woonbonus levert trouwens pas een fiscaal voordeel op twee jaar na de aankoop en vergemakkelijkt dus de eigenlijke aankoop niet. De registratierechten daarentegen moeten bij de aankoop van de woning betaald worden, met eigen middelen. De banken laten immers niet meer toe dat men het volledige bedrag van de woning + de registratierechten leent. Een korting op die registratierechten geeft kopers dus wel een financieel duwtje in de rug.

Samenhuizen
Door de stijgende vastgoedprijzen kiezen steeds meer (jonge) mensen ervoor om samen een huis of appartement te huren of kopen. Onze regelgeving staat deze nieuwe vormen van wonen echter nog te vaak in de weg. Het is dus zeker tijd om deze grijze zone uit te klaren.

Er werden al een aantal eerste stappen gezet. Zo keurde het Vlaams parlement in oktober 2015 een voorstel van resolutie goed dat gericht is op het faciliteren van nieuwe woonvormen, zoals co-housing, samenhuizen en andere vormen van gemeenschappelijk wonen. De Vlaamse regering wordt hiermee onder andere verzocht om een wettelijk kader te creëren dat expliciet de rechten en plichten van co-housers schetst, de mogelijkheid te bieden om specifieke samenhuiscontracten of huurcontracten af te sluiten en alle mogelijkheden te geven aan alternatieve en innoverende woonconcep­ten.

In Brussel maakt men dan weer werk van een samenhuislabel. Vanaf 2017 moet dit label zowel eigenaars als medehuurders geruststellen over de financiële gevolgen van samenhuizen. De overheid kan er op die manier ook op vertrouwen dat in een woning met het label niet aan huisjesmelkerij wordt gedaan. Maar er zijn nog extra stappen nodig federaal. Dat overheden de bewoners in een samenhuisverband vandaag beschouwen als een ‘gezin’, zorgt voor veel problemen in de praktijk, zeker op het vlak van toekenning van sociale rechten. De huurwetgeving werd dan wel geregionaliseerd, maar de Federale regering zou een systeem moeten uitwerken waarbij men bij de burgerlijke stand van de gemeente een apart adres per huishouden in een samenhuisverband kan invoeren. Zo zouden twee alleenstaanden die samen een woning huren om de kosten te delen, officieel erkend kunnen worden als twee aparte eenpersoonshuishoudens.

Naar een modern erfrecht
De Belgische regels rond successierechten zijn een doorn in het oog van alleenwoners. Voor wie zijn erfenis wilt nalaten aan zogenaamde ‘derden’, bijvoorbeeld een goede vriend, nicht of petekind, geldt de maximale erfbelasting. In Vlaanderen betaalt de erfgenaam dan tussen 45 en 65 procent erfbelasting. In Brussel en Wallonië loopt dat zelfs op tot 80 procent. Je erfenis nalaten aan je kinderen of partner, levert de meest voordelige successierechten op, gaande van 3 tot 30 procent afhankelijk van het bedrag. Alleenwoners zonder kinderen hebben deze keuze gewoonweg niet.
Het Vlaams Gewest heeft in 2015 de schenkingsrechten op onroerende goederen wel fors verlaagd. Wallonië en Brussel deden hetzelfde in 2016. Op een jaar tijd werden er zo in Brussel maar liefst 162% meer schenkingen van onroerend goed gedaan. In Wallonië steeg het aantal met 51%.

Wij willen het erfrecht moderniseren, zodat iedereen één niet-familielid kan aanduiden dat tegen ‘familietarief’ kan erven. Dat zou  goed nieuws zijn voor mensen zonder naaste familie. Bloedverwantschap zegt toch ook niets over de emotionele band tussen mensen.

Zorgverlof
De premies voor thematische verloven voor alleenstaanden met zorg voor kinderen gingen op 1 juni 2017 fors omhoog. Het gaat meer specifiek om ouderschapsverlof, palliatief verlof of verlof voor medische bijstand, telkens voor kinderen. De voltijdse uitkeringen verhogen met 38%, tot €1.152,16 bruto. Dit zal alleenstaande ouders meer mogelijkheden geven om gedurende een bepaalde periode voor hun kind te zorgen.

Voor ons mag het echter niet stoppen bij ouders met kinderen. Wij willen dat verlof voor medische bijstand, bijvoorbeeld voor alleenstaande zorgbehoevenden, ook uitgebreid kan worden naar personen die geen directe verwantschap met de zorgbehoevende hebben, maar wel een aantoonbare nauwe band. In België kan je dus zorgverlof met een uitkering van de RVA opnemen om een zwaar ziek familielid (tot de tweede graad) te verzorgen of bij te staan, maar niet om je bijvoorbeeld over een zieke vriend te ontfermen. Om te zorgen voor een niet-verwante naaste of een familielid vanaf de derde graad, konden Belgen vroeger gebruik maken van tijdskrediet zonder motief. Sinds 1 januari 2015 geeft deze vorm van tijdskrediet echter niet langer recht op een uitkering van de RVA. Zieke alleenwoners die niet kunnen terugvallen op familie, moeten dus hopen dat iemand uit hun omgeving bereid is om onbetaald verlof te nemen om hen te verzorgen. Het palliatief verlof, om een ongeneeslijk zieke patiënt te verzorgen, is wel beschikbaar voor niet-familieleden. Dat verlofstelsel werd veel later ingevoerd en is daardoor beter aangepast aan de huidige samenleving.

Dat het ook anders kan, bewijst Nederland. Daar werden de regels in verband met zorgverlof aangepast, onder meer onder druk van belangenvereniging CISA (Centrum Individu en Samenleving). Vanaf 1 juli 2015 kunnen Nederlandse werknemers ook zorgverlof opnemen voor de noodzakelijke zorg voor mensen met wie ze een sociale relatie hebben, zoals een vriend of buur.

Awareness is being created
De belangenvereniging all1 ontstond uit de noodzaak om lawaai te maken voor de grote groep alleenwoners! Uit ervaring weet ik namelijk dat de raderen van de politiek vaak pas in de juiste versnelling schieten wanneer een onderwerp de nodige pers- en andere aandacht krijgt… Fluisteren in de politiek helpt niet.
De klok is intussen beginnen luiden. De problematiek van alleenwoners vindt steeds meer ingang bij de pers en dus bij het grote publiek. De meeste politieke partijen hebben intussen werkgroepen rond de problematiek opgestart of hebben de alleenwoner als politiek topic ‘ontdekt’. Het ziet er dus naar uit dat er best wel wat punten over alleenwoners op zullen worden genomen in toekomstige verkiezingsprogramma’s. Intussen werd er al singlesvriendelijk beleid gerealiseerd, zoals de hogere zorgpremies voor alleenstaande ouders, de verlaging van de schenkingsrechten, het afschaffen van de woonbonus en de forfaitaire gewestbelasting in het Brussels Gewest, de Mechelenbon, het faciliteren van gemeenschappelijk wonen, enz.

Alleen reizen
In het populaire Radio 2-programma ‘De Inspecteur’ riep Sven Pichal in de zomer van 2017 op om de singletoeslagen in de toeristische sector af te schaffen. Zijn bericht bereikte op enkele dagen tijd bijna 1 miljoen mensen. Meer dan 45.000 mensen reageerden op zijn oproep. Aangezien er zoveel mensen aangeven dat er iets moet veranderen, moet je verandering zelf kunnen afdwingen volgens de radiomaker. Radio 2 lanceerde daarom een singlevriendelijk label voor hotels, restaurants, … die wel een goede service geven aan alleenstaanden. De eenpersoonstoeslag of singlesupplement die veel hotels aanrekenen voor een kamer maakt alleen reizen enorm duur. Tegelijkertijd is de vraag naar een betaalbare reis op maat enorm groot onder de alleenstaanden. De toeristische sector heeft zich tot nu toe vooral gefocust op koppels en gezinnen. Dat zie je ook aan de indeling van de kamers. Maar daar lijkt nu toch eindelijk verandering in te komen. De laatste jaren duiken er steeds meer reisorganisaties op die groepsreizen aanbieden waar veel deelnemers zich alleen voor inschrijven. De accommodatie- en vervoerskosten worden dan gedeeld. Sinds kort bieden touroperators Neckermann en Thomas Cook singles tot bijna veertig procent korting voor een begeleide rondreis, zonder dat ze hun kamer hoeven te delen.

Ik interpelleerde de Brusselse minister-president over een toegankelijker toeristisch aanbod voor alleenreizers in Brussel. Volgens mij is er immers een taak weggelegd voor visit.brussels, het Brussels Agentschap voor Toerisme, om de hotelsector te sensibiliseren rond de singlestoeslag en om een specifieke marketingstrategie naar alleenreizers uit te werken. Brussel heeft als typische congresstad trouwens het voordeel dat veel hotels net in het hoogseizoen de prijzen van hun kamers verlagen, omdat ze vooral gericht zijn op congrestoerisme. Ideaal voor alleenreizers die op zoek zijn naar een betaalbare hotelkamer. In zijn antwoord beklemtoonde de minister-president dat visit.brussels bereid is om met de sector te overleggen rond betaalbare vakanties voor alleenstaanden. Dat is alvast een goed begin. Concreet zou ik willen dat visit.brussels werkt rond volgende punten:

  1. Verder onderzoeken wat de bestaande drempels zijn voor alleenreizers om voor een bezoek aan Brussel te kiezen.
  2. Sensibiliseren bij de Brusselse toeristische sector (hotels en touroperators) rond de singlestoeslag.
  3. Informatie helpen verspreiden over het bestaande Brusselse toeristische aanbod, dat al aantrekkelijk is voor alleenstaanden.

Wat we niet vragen …
In China krijgen vrouwelijke werknemers van twee bedrijven een wel heel opmerkelijk verlof. Het ‘date-verlof’ geeft de vrouwen acht dagen extra vrij om een geschikte partner te vinden. De bedrijven hopen daarmee het aantal vrijgezellen in het land te verminderen.
Zover moet men voor mij natuurlijk niet gaan… De Chinese singles’ day is intussen ook overgewaaid naar ons land. In de praktijk komt het neer op één dag per jaar waarop iedereen met korting online kan shoppen. Er is geen inhoudelijke boodschap aan verbonden en we merkten op de FB-pagina van all1 dat alleenwoners de marketing stunt niet echt konden smaken.

Optimism is a moral duty
Alleen wonen is zeker niet allemaal kommer en kwel. Het biedt tal van voordelen. Je doet wat je wil, wanneer je wil en met wie je wil. Je kan naar hartenlust knoflook eten en hoeft je benen niet te ontharen of ruzie te maken om de afstandsbediening. Je wordt niet wakker van je partners gesnurk. Het grootste voordeel is wel dat je jezelf erg goed leert kennen. Je hebt de tijd om na te denken over wie je bent, wat je wil, wat jouw verlangens en drijfveren zijn.

Voor velen in onze maatschappij betekent geen relatie hebben een mislukking. Succes wordt hieraan nog te vaak afgemeten en dat is jammer. Single zijn  is vaak geen bewuste keuze maar eerder het gevolg van een verandering in je leven.
De Amerikaanse psychologe Bella DePaulo verrichtte al heel veel onderzoek naar singles. Volgens haar moeten we dringend af van de stereotypering van singles als eenzame en verdrietige personen. Volgens haar leiden singles net vaak een bevredigender leven dan koppels. Koppels kijken vooral naar elkaar omdat ze denken dat dat zo hoort. Onderzoek toont aan dat zij in theorie vaak geïsoleerder en meer teruggetrokken leven dan hun vrijgezelle tegenhangers. Zelfs als ze kinderen hebben.

Er is al heel veel onderzoek gedaan naar eenzaamheid, maar wordt er wel vooral gefocust op de negatieve aspecten. Die zijn er ook, maar je mag het niet eenzijdig bekijken. Er is beginnend onderzoek dat nu eindelijk ook wetenschappelijk aantoont dat eenzaamheid goed is voor je persoonlijke groei, creativiteit en ontspanning. Maar er zijn ook gewoon veel mensen die tijd alleen doorbrengen net heel fijn vinden. Ze waarderen het in plaats van zich zorgen te maken over eenzaamheid. Cijfers staven dat vrijgezellen niet allemaal op zoek zijn naar onbezonnen plezier, maar dat ze net vaker vrijwilligerswerk en avondles volgen en ook heel zorgzaam zijn voor de mensen in hun omgeving. Daardoor hebben ze meestal een sterkere band met hun vrienden, familie en collega’s dan wie wel een relatie heeft. Singles staan meer open voor nieuwe ervaringen, zowel op het werk als in privésfeer. Door die open geest zouden ze beter voorbereid zijn op veranderingen dan mensen in een relatie en ze zouden zich als persoon ook meer ontwikkelen. Het zijn vaak mensen die gaan voor hun passies, die genieten van het leven en zelf uitmaken welke personen belangrijk zijn in hun leven in plaats van dat alles rond die ene ware draait. Ze bepalen hun eigen leven.

Carla Dejonghe
Brussels parlementslid Open Vld
Voorzitster all1 vzw

#voorjoulucienne: We gaan soms achteruit

#voorjoulucienne

Polen doet oproep om abortus te verbieden

We hebben het afgelopen jaar heel wat woede verwoord over het terugdraaien van vrouwenrechten, in casu abortusrechten in de Verenigde Staten na het aantreden van Trump, en ook over de repercussies die dit heeft in de rest van de wereld, in casu Afrika, waar bijvoorbeeld gezondheidsprojecten hun Amerikaanse steun zien wegvallen als ze ‘ook’ een abortusbeleid voeren.
Maar ook in heel wat Europese landen is de toestand verre van rooskleurig, en daar kunnen we niet naar Trump wijzen.


Polen heeft een van de meest strenge abortuswetten binnen Europa. Een zwangerschap afbreken kan eigenlijk alleen als het leven van de moeder risico loopt, de foetus niet normaal is, en ook na verkrachting of incest. Daardoor zijn er dan ook naar schatting 200.000 illegale ingrepen jaarlijks. In 2013 ondertekenden nog 400.000 mensen een petitie om ‘als de foetus niet normaal is’ te schrappen als één van criteria onder dewelke abortus mag. Het werd uiteindelijk in het parlement nipt met één stem verworpen.

De nationaal-conservatieve meerderheidspartij Recht en Gerechtigheid (PiS) wil de abortuswet NOG verstrengen. Zowel partijleider Jaroslaw Kaczynski als premier Beata Szydlo schaarden zich al in 2016 achter een oproep van de Poolse kerk om een abortus zo moeilijk te maken dat het quasi op een verbod neerkomt. Uit protest kwamen sindsdien duizenden demonstranten op straat op, en lopen er overal in Europa steunacties voor de Poolse vrouwen.
En het is nog straffer: dezelfde partij wil ook overheidssubsidie voor invitro-bevruchting afschaffen en een doktersvoorschrift voor de morning-afterpil opnieuw verplicht stellen.

Oost-Europa toont al jaren een trend naar strengere wetgeving, vaak onder invloed van de lokale kerk. Zo werd in Macedonië de wetgeving na meer dan 40 jaar strenger gemaakt. Vrouwen moeten nu een officiële aanvraag doen voor abortus.Vervolgens moeten ze begeleiding krijgen en bewijzen dat hun partner op de hoogte is van hun beslissing. Ze mogen ook niet binnen het jaar opnieuw een abortus aanvragen.

Aviva’s Column: Union fait la force

feminist

Als iemand zich liberaal wil noemen, dan is daar niet eerst een examen aan vooraf gegaan om die titel te mogen voeren. Hetzelfde geldt voor feminist.

Hoe meer mensen zich liberaal proclameren hoe beter toch? Dan gaan we niet vitten over hoeveel liberale strijdpunten die persoon onderschrijft, of nagaan of hij/zij behalve tegen belastingen en teveel staatsinmenging ook voor afschaffing van de opkomstplicht voor de verkiezingen is ? Onze congressen tonen aan dat alles wat zich liberaal noemt toch nog flink kan uiteenlopen en een ruim spectrum aan vrije gedachten herbergt.
Om het etiket feminist te mogen opplakken blijken er heel wat meer kattige criteria te bestaan. Het maakt dat de vrouwenbeweging heel snel aan momentum verliest en zich uit elkaar laat spelen op de punten die kunnen verdelen in plaats van focus te houden op hetgeen kan verbinden.

Vereend in waar we tegen zijn
We zijn op een scharniermoment in de geschiedenis, waarvoor we misschien Donald Trump mogen danken (dat ‘danken’ is natuurlijk ironisch bedoeld). Het is zeer lang geleden dat zoveel mensen, over de hele aardbol, zich ZO vereend wisten in het affirmeren van hun toewijding aan “vrouwenrechten als mensenrecht”. Getuige daarvan de marsen na de aanstelling van Trump, een fenomeen dat wereldwijd steun kreeg. Natuurlijk, als mensen zien dat ze iets zouden kunnen inboeten, zullen ze sneller eensgezind naar buiten komen. Natuurlijk, als je focus kan houden op waar je samen tégen bent (de afbraak van mensenrechten), is dat makkelijker dan in de media te moeten uitleggen hoe het mogelijk is dat één betoging pro-abortus protesten draagt maar ook oproepen om hoofddoeken niet te stigmatiseren noch verbieden.

Verdeeld in waar we voor zijn
Iedere voorgaande golf van vrouwenprotest is ook zo begonnen: uiteenlopend en toch één. Tot al snel een vreemde dubbelheid haar intrede doet: enerzijds minachtend doen over de vrouwen die zich (nog) geen feminist durven noemen (zowel de categorie ‘ik ben geen feminist, mààr …’ als de categorie ‘feministen zijn te hysterisch/lesbisch/slechtgekleed, daar hoor ik niet bij’) en tegelijk dié vrouwen die zich wél feminist noemen bijna het recht daartoe willen ontnemen.

Stap niet opnieuw in de val om beroemde of machtige vrouwen die zich feminist durven noemen te brandmerken als ‘geen échte feminist’. Ga het feminisme niet claimen als iets van links. Ga niet vitten over vrouwen die het jargon van gender/kruispuntdenken/gelijkekansen wat door elkaar haspelen en die volgens jou niet eens weten wat gelijkheid m/v precies omvat. Beweer niet dat deze vrouwen het feminisme ‘kapen’. Roep niet dat het feminisme misbruikt wordt als verkapte moslimhaat. Zeg niet dat het nieuwe feminisme in tegenstelling met het oude niet hysterisch/lesbisch/slechtgekleed is, want dat was het toen ook al niet.
Alsjeblief, déze keer niet! Grijp nu die nieuwe kans voor het feminisme om zich te ontdoen van kleinzielige territoriumclaims en zelfomarmde clichés.

1000 bloemen bloeien
Wij moeten niet onmiddellijk klaarstaan om anderen het recht te ontnemen zich feministen te noemen. Het topless-activisme van Femen is uitvergroot, maar niet grotesk en zeker geen karikatuur van feminisme. Grotesk is datgene waartègen zij protesteren. En wat vréémd toch, dat het precies de Dolle Mina’s van vroeger zijn die een feministische banvloek uitroepen over Femen, terwijl wij, de burgertrutten met altijd al meer conventionele methodes, niet bang zijn om ieders vrijheid van methode te verdedigen: laat duizenden feministen bloeien. Met blote boezem of met een Chanel-vestje, met een pussyhat of met een hoofddoek.
Laat ik afsluiten met een uitspraak van de rector van de VUB Caroline Pauwels: “De strijd voor vrouwenrechten is bovenal een strijd voor menselijkheid en mildheid”.

 

Aviva Dierckx

Uniseks is het nieuwe zwart !

Uniseks is het nieuwe zwart

Begon het met het boy-friend hemd ? Misschien.

Veel verder terug hebben vrouwen al het chique herenpak geclaimd. Uit protest zoals de schrijfster George Sand, of om super-sexy te zijn zoals Marlène Dietrich.
De vrouwensmoking werd door Yves Saint-Laurent dan ook definitief toegevoegd aan de vrouwengarderobe.

Maar van de omgekeerde beweging was tot dusver niet veel sprake. Mannen gingen niet massaal de kleerkast van vrouw of zus plunderen.

Dat wordt stilaan anders, onder invloed van de trend ‘normcore’ die opgang maakt bij de jonge generaties. Normcore is een samentrekking van normal en hardcore, en slaat op de nieuwe wenselijkheid om er niet perfect en niet ‘speciaal’ uit te zien. Op modegebied betekent dat een sobere look, met basisstukken in een casual stijl, liefst wel van goede kwaliteit en/of een zogenaamd ethisch modelabel. Concreet gaat het om makkelijk zittende kledij, vooral de hoodies (of kap-truitjes) zijn een zeer herkenbare uiting van normcore, maar dus ook van uniseks kledij.
Want ja, normcore houdt ook in dat dezelfde minimalistische kledij kan gedragen worden door vrouwen én mannen.

Naast normcore is ook androgyn (effe verdwenen sinds Boy George) weer helemaal terug. Heeft het te maken met het meer fluïde gender-gevoel (trans, X, etc.) in onze samenleving of niet?
Hoe dan ook is de Generatie Z die er aan komt, de jongeren die nu tussen 12 en 20 zijn, helemaal niet meer ‘bezig’ met huidskleur, seksualiteit of geslacht, en dat betekent dat er misschien wel een grotere revolutie zit aan te komen dan die van mei ’68, dit jaar alweer vijftig jaar geleden. Ja, tijd voor iets nieuws …

Als we zeggen dat uniseks kledij mainstream wordt, dan merk je dat op een aantal vlakken.
Mainstream winkels gaan er op inspelen. In London heeft het beroemde warenhuis Selfridges komaf gemaakt met de klassieke scheiding per verdiep tussen mannen- vrouwen- en kinderkleding. Alles staat nu gewoon door elkaar, eerder naar stijl (sportief, klassiek, feestkledij).
Mainstream kledingketens gaan een uniseks-lijn binnen hun gamma ontwikkelen.
Zij ontwikkelden
een uniseks-lijn :
Zara “Ungendered”
H&M “Borderless”
Guess “His & Hers”
Hope “Changes”

Tegenover de trend dat speelgoed weer veel rozer en blauwer en rolbevestigender wordt, staat de uniseksmode die doorbreekt als ‘mainstream”

Gekende ontwerpers als Calvin Klein doorbreken ook op de loper de M/V opdeling, en willen af van de gescheiden modeweken, hun collecties voor mannen en vrouwen komen tegenwoordig gewoon samen in één modeshow aan bod.

Nieuwe ontwerpers vinden dan weer hun niche in de nieuwe uniseks trend.
Niet toevallig zitten daar heel wat Scandinavische ontwerpers bij. Henrik Vibakov, Won Hundred, de brand Hope die op hun uniseks stukken twéé maten vermelden, die voor heren en die voor dames, …
Niet verwonderlijk als je weet dat de noordelijke landen al lang voorlopers zijn als het gaat over gendergelijkheid, én dat ze ook nog eens helemaal mee zijn in het duurzaamheidverhaal dat fashionista’s M/V zowel als normcore-adepten aantrekt. Ethische mode moet tegenwoordig!

Oh ja, en uniseks toiletten zijn ook helemaal de talk-of-the-town. Niet meer gezien sinds de populaire tv-serie Ally McBeal uit de jaren 90. Voor of tegen? Heel wat mensen hoor je er wat bangig over doen, wegens niet veilig en zogenaamd een open invitatie om ‘benaderd’ te worden. De Y en de Z generatie daarentegen ziet er helemaal geen probleem in : en meteen op oplossing voor dat àndere probleem van deze tijd: waar mag een niet M/V maar X-je naar het toilet gaan…

Toch is uniseks kledij niet louter voor de jeugd weggelegd. Bewijs is een heuse tsunami van foto’s op facebook met middelbare tot hoogbejaarde parka-koppeltjesfoto’s. Het is een gekend fenomeen dat wie al lang samen is, ook op elkaar gaat lijken, en dat zet zich door is de keuze van kledij, in casu het dragen van “assorti” regen- en wandeljassen. Al dan niet met kap. De makers van de hoodies kunnen zich dus ook nog op dit marktsegment gaan richten

Aviva’s Column: Een coupeke

Pouring champagne into a glasses standing on table

Een nieuwe garçon weet soms niet wat ze bedoelt, wanneer ze, nog voor haar wat kalende bontjas van de schouders gegleden is, al naar de toog roept: “veur maai eh coupeke”. Misschien dat in biercafés iedereen bij naam gekend is, maar in dit soort etablissementen kun je na meer dan dertig jaar trouwe klandizie hoogstens een ‘herkenningsnaam’ hebben, meestal gebaseerd op je fooi-gedrag of op je bestellingsgewoonten. Haar noemen ze ‘het coupeke’.

Veel kans dat die oude coupe-glazen nu eerder gebruikt worden om een chocolademousse in op te dienen, maar vroeger werd er wel degelijk champagne uit gedronken.

Je ziet ze nog wel op brocantemarkten, mooi geslepen champagnecoupes, vaak in kristal dat heerlijk ‘ping’ doet, of zelfs in gekleurd glas. Die glazen gaan vlot van de hand, wegens prachtig en elegant, maar champagne drinken, daarvoor worden ze niet meer gebruikt. De ene presenteert er het dessert in, de ander een krabcocktail. Of … een drinkbare cocktail zoals een Cosmopolitan. Een vriendin van me heeft een rijtje coupeglazen op haar kaptafel staan, eentje voor ringen, eentje voor oorbellen, etc. Door hun hoogsteligheid blijft er ‘een verdiep lager’ nog plaats genoeg voor haarborstels en crème-potjes. En af en toe doet ze ‘ping’ tegen de rand, kwestie van de dag muzikaal te beginnen.

Die hoogsteligheid was overigens een probleem, moeilijk zonder wiebelen vast te houden als het glas vol is. Vandaar dat eerder de hand onder de coupe gleed, of dat er met een über-sierlijk gebaar ‘ondersteboven’ uit het glas gedronken werd. Al hoorde dat wijn-technisch gezien natuurlijk niet: een hoogstelig glas heeft juist als doel dat je met je warme hand de temperatuur van de inhoud van het glas niet doet stijgen (dat doet de kamertemperatuur immers al voor je).

Alles is wetenschap, maar die betekende dus ook de teloorgang van de coupe als vehikel om de champagne naar de lippen te brengen. Immers is men gaan berekenen dat juist het kenmerkende element van champagne (en iedere mousserende wijn), de bubbels dus, sneller vergaan naarmate het oppervlak dat aan lucht blootgesteld wordt groter is. Ook de geur vervliegt op de manier gezwind. Nu vonden onze voorouders dat meestal geen ramp, want vroeger was het zelfs zaak om die bubbels een handje te helpen om te verdwijnen. Dat gebeurde met een roerstaafje, of zelfs een champagnezweepje met bolletjes aan zilverdraad. Dat lijkt ook nu iets voor maaglijders of barbaren, maar vergeet niet dat wij intussen ‘opgevoed’ zijn door de wijn- en culinaire guru’s. Hoewel, opgevoed? Als je ziet hoe in Britse komische series de “bolly” absolutely maar minder fabulously eerder uit sloten dan uit glazen gedronken wordt …

Hoe dan ook, anno 2015 drinken we champagne uit een flûte. En veel kans dat we stillekesaan nog méér heropgevoed gaan worden, want de nieuwste tendensen voor 2016 zijn dat we best champagne uit een glas zoals dat voor witte wijn drinken. Dit zowel voor het neusgevoel als de bubbelsensatie, maar vooral omdat we inmiddels champagne als een ‘gewone’ wijn gaan beschouwen, die we ook bij het eten kunnen drinken. Heel wat grote champy-huizen lanceren mee die trend door zo’n wijnglazen met hun merk erop in geschenkdozen te stoppen.

En toch, en toch … is het door de bubbels, dat dat luxe-gevoel dat we met champagne associëren nooit helemaal weg te krijgen is? En zelfs afstraalt op de kleine en goedkopere zusjes cava en aanverwanten?

In het Café de l’Opéra, waar zowel de bontjassen als de pluche zetels ouderdomsverschijnselen vertonen, drinkt “het coupeke” inmiddels prosecco uit een wijnglas. Ze heeft smakelijk gelachen met “wit wijntje”, de kreet uit de televisieserie … Maar het moest voor haar wel bubbelen. Dus tegenwoordig moet aan een nieuwe garçon uitgelegd worden dat “het coupeke” weliswaar een wit wijntje bestelt maar een prosecco bedoelt, en niet eens meer in een coupe.

Aviva Dierckx

Aviva’s Column: Familiejuwelen

parels groot moeder

“Diamonds are a girl’s best friend” dat zegt me niets. Doe mij maar parels. Die staan voor mij voor pure luxe, elegantie, schoonheid.

Dat komt door mijn grootmoeder. Die had een prachtig parelsnoer waar ze niet zuinig op was, in de zin dat ze het héél vaak droeg. Maar ze was er wél zuinig op, in de zin dat ze er zo liefdevol over sprak als was het een persoon, en dat ze er extreem goed zorg voor droeg. Van het ritueel om de parels om te doen en uit te doen was ik als kind de gefascineerde getuige. Ze lagen niet zomaar op een hoopje met andere sierstukken. Ze gingen apart ‘rusten’ zoals mijn grootmoeder zei, in een mooi doosje. Ze werden er niet gewoon ingelegd en uitgehaald, ze werden elke keer even om en om gekeerd, tegen het licht gehouden, hun discrete glans werd bewonderd, ze werden als een baby teder opgepakt of in zijn bedje te slapen gelegd.

De gebruiksaanwijzing en het onderhoud kreeg ik, ook in dezelfde boudoir-sfeer, vanzelf mee: de parelketting opwrijven met een zachte doek, meer niet. Geen speciale producten, geen truukjes of tips van tante kaat of andere huishoudgoeroes. Heel af en toe kwam er een gewoon sopje met Marseillezeep aan te pas. Ze werden ver uit de buurt gehouden van parfum, haarlak en make-up, volgens oma waren dat “vijanden” die niet met elkaar in contact mochten komen.Eén keer heb ik geweten dat ze uithuizig waren, dit kostbare bezit, en dat mijn grootmoeder er op één of andere manier onvolledig, zelfs een beetje bloot uitzag, zo zonder haar signatuurjuweel om de hals. Ze waren naar de ‘pareldokter’ om opnieuw geknoopt te worden. Oma’s hand ging die week vaak onverrichterzake naar haar naakte hals. Want ook dat was deel van het spel, meermaals per dag werden de parels lichtjes geaaid, en daarmee ook de hals. Het was een gebaar vluchtig genoeg om een controle te vormen: zitten ze er nog? Het was een gebaar onbewust genoeg om troost te bieden, want ook bij grote emoties zou mijn grootmoeder nooit een hand voor de mond slaan noch beide handen in het haar: nee, één hand zou stevig naast de parels tasten. Het was een gebaar bewust genoeg om koket te zijn, een gebaar van ‘ik ben het waard’.

Ik heb gesmeekt om mee te mogen op de grote dag toen de parels teruggehaald werden. En het mocht! Voorafgaand aan een schooluitstapje heb ik nooit wakker gelegen, maar in dit geval was ik twee dagen ervoor al op mijn qui-vive. Ik stelde me een parel-walhalla voor als een grot van ali-baba waar àlles parelmoer blonk, met parelstrengen die van het plafond neerhingen, losse parels in grote schalen waar je als snoepjes uit zou kunnen kiezen en grote spiegels aan alle muren. Haha, welnee. In een gewoon rijhuis moesten we aanbellen, in een sas in de gang blijven staan, en in ruil voor een bonnetje dat eruitzag als dat van de stomerij, kwam een meneertje in stofjas ons een stomme bruine envelop brengen. Pas thuis was de magie er weer, toen uit de ‘discrete’ envelop de parels tevoorschijn kwamen, knus gehuld in een roodfluwelen beursje met satijnen lint toegeknoopt. Mijn grootmoeder zag er weer compleet uit, en ik heb het lint wekenlang in mijn haar gedragen.

Na de dood van mijn grootmoeder bleven de parels ongedragen bij mijn moeder liggen, pas veel later kwamen ze bij mij terecht. Dof, dood zagen ze eruit. Was dàt het magische snoer dat zo straalde, dat mijn grootmoeder zo deed stralen? Ik zocht een nieuwe pareldokter, maar ook deze brak de magie: de parels waren helemaal niet echt, het snoer niet kostbaar, laat staan te redden. Geheel verwonderlijk hoefde dit verdict niet te zijn: mijn oma die na de oorlog compleet van nul weer moest beginnen met niets dan haar leven, wiens kleine kostbaarheden ofwel verkocht ofwel gestolen waren, die aan mij het familieservies beschreef (dat er niet meer was) en haar trouwcadeau, twee zilveren kandelaars (die er niet meer waren) en haar zussen en broers met hun familie (die er ook niet meer waren). Dus inderdaad, waarom zouden haar parels echt geweest zijn…
Ik weet nu dat het liefde was dat het parelsnoer van mijn oma zo deed glanzen. De hare en de mijne.

Aviva Dierckx

Aviva’s Column : Zout op de patatjes, luxe op de boterham?

zout op de patat

Bij mijn grootouders was de oorlog een donkere schaduw die hen achtervolgde tot in tafelgewoonten toe. De geleden ontberingen maakten hen tot hun laatste dag tegenstanders van de verspilling van ook maar één morzeltje voedsel. Ook hun opvattingen over luxe waren door de oorlog ingekleurd. Je deed ofwel boter ofwel beleg op je brood, maar niet allebei want dat was erover, al te gekke en overbodige luxe. En néé het waren geen ‘ollanders en hun keuken was verder niet karig. Om zich luxe-goederen te kunnen veroorloven, zijn er heel wat mensen die bereid zijn het menu te beperken tot boterhammekes met choco (van den Aldi), maar dat was niet het geval bij mijn grootouders. Niets verspillen vonden zij, maar wél lekker eten of eens een specialleke. De zaterdagse middagtraditie van peren en porto als dessert en lekker lang natafelen staat mij tot op vandaag nog voor ogen als luxe in alle betekenissen van het woord.

Hoe relatief luxe is, dat zien we vaak het duidelijkst als we de opvattingen over eten beschouwen.

Wat vroeger doorging voor luxe is nu mainstream – maar verrassend genoeg is ook omgekeerd hetgeen vroeger voor arme-mensenkost doorging, nu echt luxe.
Oesters bijvoorbeeld. Dat zijn we al vergeten. Het was eten dat de arme mensen zelf gingen ‘steken’ op de pier en aan de kades in de haven. Er bestaan beroemde schilderijen met dergelijke taferelen, van schilders die gespecialiseerd waren in “sociale” onderwerpen. Op Cuba is kreeft heel gewoon, je moet er enkel even zelf naar duiken. De niet bepaald kapitaalkrachtige bevolking heeft ontdekt dat het hun budget aardig kan aanvullen als ze het in huiskamer-restaurantjes aan verwende toeristen aanbieden, die het wel als luxe ervaren.

Vlees eten, dat was heus geen dagelijkse bedoening in onze contreien. En dan al zeker niet de ‘mooie stukken’ zoals biefstuk of rosbief. Er waren slagers die zich specialiseerden in vlees voor de minder begoeden, zogenaamd afvalvlees zoals maag, lever, niertjes, poten en oren, bloedworst, en laten we vooral paardenvlees niet vergeten. Tijdens de “vette jaren” verdwenen die slagers één voor één, en uit die tijd dateert ook uiteraard de term ‘biefstukken-socialisten’. Het afvalvlees verstopte zich in zwanworstjes en op iedere Vlaamse tafel stond quasi dagelijks vlees ‘van de goede stukken van het beest’.

Nu zien we weer een omgekeerde tendens: het chique volk beweegt zich als eerste weer in de richting van arme-mensenkost. Wie zich nu in armoede bevindt, zal zich daar niet toe geroepen voelen, want die arme-mensenkost is intussen wel helemaal opgekleed. De restaurants waar hij geserveerd wordt zijn hip en exclusief en mikken op yuppies. De tripes en bloedpansj op de kaart kosten er evenveel als steak of lamsbout.

De aandacht voor duurzaamheid en consuminderen die stilaan opgang maakt is nu de nieuwste luxe-trend bij begoede jonge werkende Vlamingen. Uit principe zéker niet alle dagen vlees! Wel wekelijkse groentepakketten van bij den boer, bio yoghurt, doe-het-zelf aan huis bestelde papieren zakken met recept en ingrediënten die geen afval of overschot geven, enkel vis met een label uit niet overbeviste wateren – en natuurlijk is dit, hoewel minder, allemaal duurder. Soberheid is de nieuwe luxe.

Arme-mensenkost noemen we nu soms ook met een eufemisme ‘de vergeten keuken’. Daar moet ik eigenlijk wel een beetje om lachen. Want het is meestal minder de gerechten of producten zélf die vergeten waren, maar eerder hun “context”.

 

Aviva Dierckx