print

Molenbeek staat op de wereldkaart sinds “de aanslagen”, in negatieve zin dan, als verzinnebeelding van de hell-hole en als alles waar we schrik voor hebben. Een beeld dat gewoon vrààgt om bijsturing. Khadija Zamouri werd er zopas onze blauwe schepen, minister Sven Gatz schreef de aanslagen van zich af in een Brusselse vertelling genaamd Molenbeek/Maalbeek.

“Ik weet nog altijd niet wat schrijven,” reageerde Brussels parlementslid Khadija Zamouri in een column, exact 2 jaar na de aanslagen van 22 maart 2016, twee-en een half jaar na de aanslag in Parijs op 13 november 2015. Sven Gatz weet het blijkbaar wel, hij schreef er een heel boek over. Het is fictie, en toch zijn het getuigenissen. Het is een roman en toch zit het vol politieke meningen. Het gaat over Brusselaars en over hoe ook niét-Brusselaars het hart van de stad voelen pompen.

Sliding doors
Kent u de film Sliding Doors  uit 1998 met Gwyneth Paltrow? Het is een ”what if-”verhaal  waarin twee verhaallijnen elkaar kruisen. Wanneer het hoofdpersonage naar het station gaat haalt ze in wat-als-1 haar trein, maar in wat-als-2 net niet. Die kleine wankeling in de tijd doet haar leven langs twee volkomen andere pistes lopen: de vrouw die de trein niet haalt betrapt haar partner in bed met een ander, haar andere zelf rekt de relatie nog tot een zwangerschap.

Er is een kleine gelijkenis met  Molenbeek/Maalbeek, het boek van Gatz, die in uiteengerukte tijdsflarden op die noodlottige 22 maart, een aantal mensen volgt die zich de hele dag ook bezig houden met een ‘wat-als’ scenario. Wat als ik eerder vertrokken was en op die metro had gezeten?  Is mijn man die bij de transportmaatschappij werkt veilig? Raak ik straks nog thuis?  Waarom wordt de gsm niet opgenomen? Oh nee, laat mijn geradicaliseerde broer er niét bij zijn, bij de daders!  De dag begint onschuldig, in de heel verschillende milieus van Hamida uit Molenbeek, van een Britse expat voor wie Maalbeek een dagelijks referentiepunt is,  van een Vlaming uit de Rand, een Dansaertstraat-Marokkaan die bij de VRT werkt en alledaags racisme ervaart over zijn ‘goede Nederlands’, een jongen uit een asielcentrum en brandweervrouw Françoise. Naarmate het uur vordert, er meer klaarheid komt over de aard en hoegrootheid van de aanslagen, en het onaards zonnige Brussel in lock-down gaat, lezen we mee in de gedachten van deze personages.

With a little help from your friends
Een auteur moet zijn research doen, en Sven Gatz deed dat onder meer met de hulp van diezelfde Khadija, want zij was zijn intro in het Molenbeekse milieu van mensen die ook nog steeds niet weten wat te zeggen, wat te schrijven, en worstelen om het te verwerken.

Zij vroeg in haar column, 2 jaar na de aanslagen “aan politici die de vreselijke gebeurtenissen willen gebruiken om hun politiek marktaandeel te vergroten door de politieke verantwoordelijkheid in een voorspelbare hoek te leggen, om enige afstand te nemen”. Dat gold niet voor Gatz, die met respect wou vernemen hoe Molenbeek zelf zijn wonden likt. Hij wou in contact komen met de vrouwen uit haar column: “Vooral de Molenbeekse vrouwen kregen het in die periode zwaar te verduren. De confronterende kille blikken van voorbijgangers en de wijzende vingers van de rest van de wereld kwamen bij hen extra hard toe. Zij werden beschouwd als dé verantwoordelijken. Het ging immers om “hun” zonen die de aanslag pleegden”.

Parlementslid Khadija Zamouri, die eind 2018 ook aantrad als kersverse blauwe Molenbeekse schepen voor Jeugd, Sociale cohesie, Netheid en Nederlandstalige aangelegenheden, bracht Gatz in contact met het initiatief Wijkacademie samen met Odisee Hogeschool, ontstaan nà de aanslagen: vrouwen kwamen er samen in iets dat het midden hield tussen een praatgroep en een waarheidscommissie, en konden spreken over de traumatische gebeurtenissen die ook hun levens overhoop hadden gehaald. Hoe leggen moeders uit dat die tot de tanden bewapende militairen in het straatbeeld niet de dreiging zijn, terwijl de kinderen overal in de media horen dat Molenbeek vol terroristen uit hun gemeenschap zit? Kinderen denken dat die soldaten er zijn om hen kwaad te doen, dat ook zij nu als slecht gezien worden. En hoe zit dat in gezinnen die verscheurd worden door radicalisering, of door wanhopige reacties op de stigmatisering die een hele groep ondergaat omdat er rotte appels in de mand liggen?

“Ik heb gezien hoe aangedaan Sven Gatz was na ontmoetingen “in het veld” met deze vrouwen,” weet Kadija Zamouri, “en ik kan met zekerheid zeggen dat de aanslagen mijn gemeente Molenbeek sterk hebben getekend. De gemeente zit, 2 jaar later, nog steeds midden in een proces van traumaverwerking. Natuurlijk is het confronterend om te moeten vaststellen dat alle inspanningen van het beleid ten spijt, we er niet in geslaagd zijn om de jongeren die de aanslagen pleegden op het juiste pad te houden. De daders zijn individueel verantwoordelijk maar hebben ook wij niet gefaald? Als die moeders het zich durven afvragen, moeten we dat ook als maatschappij wel durven doen. Ik geloof dat verandering kan, hoofdzakelijk via vrouwen, al moeten we natuurlijk de mannen en jongens wel mee hebben, anders zijn we serieus “gejost”. Molenbeek keert het tij, zéker met de hulp van mensen van hier die ook vinden dat wel uit dit diepe dal moeten raken”.

Koning
Khadija haalt aan dat Molenbeek positieve ambassadeurs kan gebruiken: “De mensen vergeten de geschiedenis heel snel. Wist u dat Koning Albert, de éérste, na het einde van de eerste wereldoorlog zijn Brusselse blijde intrede deed via Molenbeek en het Zwarte-Vijversplein? Hij maakte daarmee ook een statement! Want zelfs toen al was Molenbeek niet echt de chique kant van Brussel. Historica Sophie De Schaepdrijver geeft aan dat het een strategische keuze was, om het nieuwe sociale contract aan te geven dat hij wilde tussen de burgers en de staat. Dat klinkt toch echt als iets dat vandaag weer helemaal aan de orde is? Met dit in gedachten hebben we om het einde van de oorlog ’14-’18 te gedenken herinnert aan het gewone leven tijdens in Molenbeek tijdens de oorlog, aan de vaak vergeten rol van niet-Europese troepen tijdens het conflict (wat meteen voor heel wat meer ‘linking’ zorgt in een smeltkroesgemeente als Molenbeek), en aan dat trotse moment dat de koning via Molenbeek weer zijn entree maakte. We hebben daar een schitterend project rond opgezet, uitgewerkt door de Vrije Universiteit Brussel, met een expo, lezingen, herdenkingen, en een stadsspel dat jongeren aanspreekt. Door verbondenheid uit het verleden over te tillen naar nu, moeten we er ook in slagen verbondenheid voor een gemeenschappelijke toekomst aan toe te voegen. Molenbeek kan zulke projecten gebruiken, omdat ze op vele niveaus spelen, aan het denken zetten, positief in de wereld staan en willen verbinden. Nog van dat.
Daarom was het een veel meer dan symbolisch dat Koning Filip onlangs de Franse president Macron tijdens zijn staatsbezoek naar Molenbeek bracht, precies dié plaats die voor de wereld synoniem was geworden van een nest van aanslagenplanners. Als hij dat kan overstijgen, geeft dat mij als politica én als mens ook moed om aan de weg te timmeren.”

Auteur: Aviva Dierckx
eerder verschenen in Volkbelang nav het verschijnen van het boek, onder de titel: Molenbeek keert het tij.